Spring naar inhoud

De mooiste F1-wagen van de jaren ’50

Leestijd: 4 minuten

Met alweer het 72e seizoen van het Wereldkampioenschap Formule 1 voor de deur leek het mij een leuk idee om op zoek te gaan naar de mooiste F1-wagen. Dus met behulp van een vooralsnog kleine groep Twitteraars vandaag de zoektocht naar de mooiste F1-wagen uit het eerste decennium: de jaren ’50. In het totaal stonden er 9 wagens op de shortlist en werd er door 25 man gestemd, waarvoor dank.

T8. Ferrari 212 (0%)

Op een gedeelde laatste plaats is de Ferrari 212 te vinden. Van deze wagen zijn maar twee chassis gemaakt, en ondanks dat het een fraaie wagen is heeft hij slechts twee races onder Formule 1 reglementen gereden, waarvan de eerste de Grand Prix van Syracuse in 1951 was. Toen het kampioenschap in 1952 en 1953 onder Formule 2-reglementen werd verreden werd de wagen nog zeven keer ingezet, maar een succes werd deze wagen nooit.

Het zal niet geholpen hebben dat de Scuderia zelf de 212 nooit heeft ingezet, maar liever koos voor de 375. Hierdoor werd de wagen bestuurd door de gentlemen racers van Écurie Espadon. Het beste resultaat? Een 6e plaats in de Grand Prix van Duitsland in 1951. Door de puntentelling van toen helaas één plek te laag voor een punt.

T8. Ferrari 125 (0%)

Ook Ferrari’s eerste Formule 1-wagen kan op weinig liefde rekenen van het panel. Voorzien van een 1,5 liter V12 zag deze wagen in 1948 al het levenslicht, bijna twee jaar voordat in Silverstone de eerste wereldkampioenschapsrace plaatsvond. Die Ferrari trouwens niet startte omdat Enzo toen al het ego van een Romeinse keizer had en vond dat de Scuderia meer startgeld verdiende dan de rest.

Erg succesvol was deze wagen ook niet, het beste resultaat in het WK werd al in de tweede race (Grand Prix van Monaco 1950) behaald: een tweede plaats voor Alberto Ascari. Na nog een derde plaats in Reims werden er verder geen punten meer behaald met deze auto, die in niet voor het WK meetellende races nog wel wat zeges wist te behalen.

7. Cooper T45 (4%)

De Cooper T45 is de directe opvolger van de T43, de eerste Formule 1-wagen met de motor achterin die een race won. Sterker nog, de eerste race ná die overwinning (Grand Prix van Argentinië 1958) was het debuut van de T45… Die prompt ook won. In beide gevallen was het wel het klantenteam van Rob Walker Racing wat met de eer streek.

Veel meer succes zou deze wagen helaas niet meer halen, en na een paar private inschrijvingen in 1960 en 1961 viel het doek voor deze wagen, niet geholpen door de underpowered Climax-motor die meestal achterin lag.

T4. Alfa-Romeo 158/159 Alfetta (8%)

De 158 Alfetta debuteerde al voor de oorlog in de Coppa Ciano van 1938, en was gebouwd volgens de Voiturette-reglementen. En toen na de oorlog het WK opgestart werd mocht de 158 gewoon meedoen, met ongeëvenaard succes: alle races volgens Formule 1-regels in 1950 werd gewonnen door de Alfetta. Haar evolutie, de 159 Alfetta, was bijna net zo dominant, met een 100% podiumscore in de races volgens Formule 1-regels. Alleen de Grands Prix van Groot-Brittannië, Duitsland en Italië werden in 1951 werden niet gewonnen, net zoals de Indy 500 van 1950 en 1951, die beide volgens AAA-regels werden verreden.

Het is dat het constructeurskampioenschap toen niet bestond, maar de Alfetta zou beide jaren met gemak hebben gewonnen. Overigens won de auto met Guiseppe Farina en Juan Manuel Fangio wel beide rijderstitels.

T4. Ferrari D246 (8%)

Op gelijke hoogte met de Alfetta eindigt de Ferrari 246, of D246. Hierbij staat de D staat Dino, het type V6 motoren waar de wagen mee was voorzien, welke weer was vernoemd naar de eerste zoon van Ferrari: Alfredo “Dino” Ferrari. Het was de laatste Ferrari met de motor voorin, maar wel een succesvolle, want Mike Hawthorn won er het WK van 1958 mee, het debuutseizoen van deze wagen.

Ook verzorgde de D246 de eerste zege voor een V6-motor in de Formule 1, en bleef de wagen tot en met 1960 in gebruik, waarna Ferrari ein-de-lijk besloot om de motor achterin te plaatsen.

T4. Mercedes-Benz W196 Monza (8%)

De W196 Monza was de Stromlinienvariante van de W196 en een closed-wheel F1-wagen, waardoor hij ook wel wat van een sportwagen weghad. De wagen won bij zijn debuut tijdens de Franse Grand Prix van 1954 in handen van Juan Manuel Fangio. Dankzij beide versies van de W196 haalde Fangio zijn tweede en derde wereldtitel binnen. Na de ramp bij de 24 uur van Le Mans in 1955 stopte Mercedes met autosport, dus of de wagen nog langer had meegekund is helaas onbekend.

Ondanks de dominantie was de Monza-variant van de W196 enkel een hogesnelheidswagen, want zelfs op Silverstone bleek de wagen te lomp om zonder schade de bochten om te komen. Deze variant werd daarna dus (heel toepasselijk) enkel nog op Monza gebruikt, waar er twee keer mee gewonnen werd. Tot op de dag van vandaag blijft het de enige closed-wheel Formule 1-wagen die een race heeft gewonnen, en voorlopig zie ik dat ook niet veranderen.

3. Lancia D50 (12%)

Op de derde plaats staat de Lancia D50, later de Lancia-Ferrari D50, welke weer evolueerde in de Ferrari D50, waarmee Fangio zijn vierde wereldtitel binnenhaalde. De wagen was bij zijn debuut bij de Grand Prix van Spanje in 1954 al enorm snel, maar met een koppeling die na 10 ronden de geest gaf waren de pole en snelste ronde van Ascari voor niks.

Het vernieuwende design (lagere motor, benzinetanks aan de zijkant voor betere aerodynamica) was dus snel, maar door financiële problemen werd Scuderia Lancia halverwege 1955 overgenomen door Ferrari, waarna er voor 1956 een Ferrari V8 in de D50 werd gehesen en de aanwezigheid van Lancia in de Formule 1 voltooid verleden tijd werd.

2. Maserati 250F (28%)

De bloedsnelle Maserati 250F is de nummer twee op deze lijst. De wagen debuteerde in 1954 tijdens de Grand Prix van Argentinië en won direct. Stirling Moss reed hetzelfde jaar met een privé-ingeschreven Maserati, om in 1956 terug te komen naar het fabrieksteam en meerdere races te winnen. Later claimde hij dat de 250F de beste front-engined wagen was waar hij ooit in heeft gereden.

In de volgende jaren werd de wagen doorontwikkeld en met de T2 variant werd Juan Manuel Fangio 1957 voor de vijfde en laatste maal wereldkampioen, voordat de 250F in 1958 werd ingehaald door auto’s met de motor achterin. Oh, Fangio reed ondertussen nog wel even naar zijn laatste zege door op de Nürburgring het ronderecord maar liefst 10 keer te verbeteren.

1. Talbot-Lago T26C (32%)

De mooiste wagen volgens het beperkte panel is de Talbot-Lago T26C. Met een karakteristieke lichtblauwe kleur debuteerde deze wagen al voor het WK, tijdens de Grand Prix van Monaco van 1948. Thuisrijder Louis Chiron reed ermee naar de tweede plaats, waarna er in 1949 twee Grands Prix werden gewonnen.

In het nieuwe wereldkampioenschap Formule 1 waren de successen een stuk minder met slechts een aantal podiums. Een naar tweezitter omgebouwde variant wist in 1950 nog wel de 24 uur van Le Mans te winnen, maar het is eigenlijk zonde dat zo’n mooie bolide slechts zo matig heeft gepresteerd.

Gepubliceerd inFormule 1HistorieMooiste F1-wagenTechniek

Wees de eerste om te reageren

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *